Na een supergezelligcarnavalsfeestje gisteravondin mijn stad Tilburg,nu de tekst van een liedvan Guus Meeuwis,dat mij kippenvel blijftgeven, elke keer weer..Het was al donker toen ik op vastenavond huiswaarts gingIk zag een kroeg waarvan het licht door de gordijnen scheenHet was al laat, ik had het koud, ik was alleenEr zaten mannen in zwarte pakken en een grote steekEn uit de boxen klonk muziek die zong van deze streekToen men mij zag werd ik begroet met glas en lachDrink Schrobbelèr De avond is nog lang en morgen zo verLaten we klinken op de Kruik en de StadWant van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehadDrink Schrobbelèr Dat is als het bloed van Tilburg Stroomt naar m’n hertEn bij elke slok proef ik de ziel van de stadEn van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehadZe vertelden me honderduit over het PiuspleinOver de Heuvel, Stadhuisstraat daar waar de mensen zijnWant deze stad past als een jas, ja dit is thuisZe verzekerden me beslist mochten we ooit eens gaanDan zal er altijd wel een kruik daar in de koelkast staanMet elke slok ga ik weer eventjes naar huis Drink Schrobbelèr De avond is nog lang en morgen zo verLaten we klinken op de Kruik en de StadWant van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehadDrink Schrobbelèr Dat is als het bloed van Tilburg Stroomt naar m’n hertEn bij elke slok proef ik de ziel van de stadEn van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehad 

Na een supergezellig
carnavalsfeestje gisteravond
in mijn stad Tilburg,
nu de tekst van een lied
van Guus Meeuwis,
dat mij kippenvel blijft
geven, elke keer weer..

Het was al donker toen ik op vastenavond huiswaarts ging
Ik zag een kroeg waarvan het licht door de gordijnen scheen
Het was al laat, ik had het koud, ik was alleen

Er zaten mannen in zwarte pakken en een grote steek
En uit de boxen klonk muziek die zong van deze streek
Toen men mij zag werd ik begroet met glas en lach

Drink Schrobbelèr 
De avond is nog lang en morgen zo ver
Laten we klinken op de Kruik en de Stad
Want van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehad

Drink Schrobbelèr 
Dat is als het bloed van Tilburg 
Stroomt naar m’n hert
En bij elke slok proef ik de ziel van de stad
En van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehad

Ze vertelden me honderduit over het Piusplein
Over de Heuvel, Stadhuisstraat daar waar de mensen zijn
Want deze stad past als een jas, ja dit is thuis

Ze verzekerden me beslist mochten we ooit eens gaan
Dan zal er altijd wel een kruik daar in de koelkast staan
Met elke slok ga ik weer eventjes naar huis 

Drink Schrobbelèr 
De avond is nog lang en morgen zo ver
Laten we klinken op de Kruik en de Stad
Want van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehad

Drink Schrobbelèr 
Dat is als het bloed van Tilburg 
Stroomt naar m’n hert
En bij elke slok proef ik de ziel van de stad
En van beiden heb je nooit teveel, genoeg gehad
 

(Source: )